U gebruikt een verouderde browser. Voor een optimale ervaring update je browser of gebruik een moderne browser.
sluitGraszoden leggen in 5 stappen
Een mooi en gezond gazon begint bij een goede voorbereiding. Door de bodem correct klaar te maken en de graszoden na het leggen goed te verzorgen, kunnen ze snel inwortelen en geniet je langer van een sterk gazon. Volg onderstaand stappenplan voor het beste resultaat.
1. Verwijder het oude gazon
Voordat je nieuwe graszoden kunt leggen, moet de bestaande grasmat volledig verwijderd worden. Verwijder ook eventueel aanwezig onkruid, stenen en ander tuinafval.
Op een kleine oppervlakte kan je het oude gazon met een schop of spade afsteken. Werk ongeveer 2 à 3 cm diep, zodat je de oude grasmat volledig verwijdert. Voor grotere oppervlakken kan je een graszodensnijder gebruiken, hiermee verwijder je de oude zoden sneller en gelijkmatiger.
Een propere ondergrond is belangrijk: achtergebleven gras, onkruid of stenen kunnen de groei van je nieuwe graszoden belemmeren.
2. Frees of spit de grond
Wanneer het oude gazon verwijderd is, maak je de bodem goed los. Dit kan door de grond te frezen of te spitten tot ongeveer 20 cm diep.
Een losse bodem zorgt ervoor dat water en voedingsstoffen beter kunnen doordringen en geeft de wortels van de graszoden voldoende ruimte om zich te ontwikkelen.
Is de bodem erg arm of schraal? Dan kan je een grondverbeteraar of goede tuinaarde door de bovenste grondlaag mengen om de bodem te verbeteren.
Tip: werk niet in een te natte bodem. Door te frezen of spitten wanneer de grond erg nat is, kan je de bodemstructuur beschadigen.
3. Verdicht en egaliseer de grond
Na het frezen of spitten ligt de grond los. Daarom moet je de bodem eerst opnieuw goed verdichten. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een tuinwals. Zo voorkom je dat de grond later nog sterk inzakt en je gazon oneffen wordt.
Daarna egaliseer je de bodem met een hark. Verwijder stenen en grote kluiten en werk kuiltjes en bulten weg. Neem hier voldoende tijd voor: hoe vlakker de ondergrond, hoe strakker je uiteindelijke gazon.
Controleer ook het niveau van de bodem. Laat de grond ongeveer 3 à 5 cm lager liggen dan aangrenzend terras, straatwerk of andere verharding. De graszoden kunnen zo mooi aansluiten op de omgeving.
Tip: loop na het egaliseren nog eens rustig over het perceel en controleer of je nergens zachte plekken, kuilen of verhogingen voelt.
4. Plaatsing van de graszoden
Nu de ondergrond klaar is, kunnen de graszoden gelegd worden. Zorg ervoor dat de bodem licht vochtig is voordat je begint. Strooi een aangepaste bemesting voor een goede inwortling van de graszoden op de blote grond en hark lichtjes in.
Begin langs een rechte lijn, bijvoorbeeld een terras, pad of muur. Rol de eerste graszode volledig uit en leg de volgende zode er strak tegenaan. Zorg ervoor dat er geen open naden of overlappingen ontstaan.
Leg de volgende rijen in een verspringend patroon. Dit voorkomt dat alle naden op één lijn liggen en zorgt voor een mooier en sterker geheel.
Moeten de graszoden worden aangepast aan een rand, hoek of obstakel? Snijd ze dan met een scherp mes netjes op maat. Kleine stukken gras kan je gebruiken om open ruimtes op te vullen.
Belangrijk: leg de graszoden zo snel mogelijk na levering, bij voorkeur binnen 24 uur. Zo voorkom je dat ze uitdrogen of beginnen op te warmen.
5. Geef water en verzorg je gazon
Geef de graszoden onmiddellijk na het leggen overvloedig water. Zorg ervoor dat niet alleen het gras, maar ook de ondergrond goed vochtig is. Zo maken de wortels snel contact met de bodem en kunnen de graszoden beginnen inwortelen.
Besproei de graszoden overvloedig met water: eerste beregening 20 liter water/m², tot 2 weken na plaatsing: 10 à 15 liter/m² per dag. Plaats een leeg bierglas op het gazon en steek de sproeier aan. Het glas half vol = +/- 20 liter/m³.
De eerste twee weken hebben de graszoden extra aandacht nodig. Houd de bodem voldoende vochtig en geef bij warm of droog weer vaker water. Vooral de randen van het gazon kunnen snel uitdrogen en hierdoor opkrullen.
Controleer of je voldoende water geeft door voorzichtig een hoekje van een graszode op te tillen. De grond eronder moet duidelijk vochtig aanvoelen.
Vermijd de eerste twee weken zoveel mogelijk om op het gazon te lopen. Zo voorkom je dat de graszoden verschuiven of beschadigd raken. Zodra ze goed zijn vastgegroeid, kan je het gazon geleidelijk meer gebruiken.
Na ongeveer 7 tot 10 dagen, afhankelijk van de groei, kan je het gazon voor de eerste keer maaien. Wacht tot het gras voldoende gegroeid is en de zoden goed vastliggen. Maai de eerste keer niet te kort.
Controleer de eerste weken regelmatig of de graszoden nog voldoende vochtig zijn. Bij warm weer kan extra water nodig zijn.